
Minister-president Rob Jetten bezoekt Kamp Westerbork
AlgemeenHOOGHALEN - Minister-president Rob Jetten heeft woensdag een bezoek gebracht aan Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Bij de wagons op het voormalige kampterrein werd samen met 85 leerlingen van het Stedelijk Lyceum uit Enschede een kort herdenkingsmoment gehouden.
Kampoverlevende Hans Peeper (1939) vertelde over de betekenis van deze plek. Hij zat als vierjarig jongetje gevangen in kamp Westerbork en overleefde Bergen-Belsen.
In het museum gaf directeur Bertien Minco een korte presentatie over de vernieuwingsplannen en de stand van zaken. Daarna bracht minister-president Rob Jetten een bezoek aan de tentoonstelling ‘Maria Austria was hier’, waar de twee historische gebeurtenissen van deze plek - de Holocaust en gevolgen van dekolonisatie - samenkomen. Tijdens het bezoek ging de minister-president in gesprek met Mietji Hully, die in het Molukse woonoord Schattenberg is geboren.
Als afsluiting werd in Hooghalen een bezoek gebracht aan de graven van Molukse KNIL-militairen, hun partners en jonggestorven kinderen. Hier sprak hij met burgemeester Jan Zwiers van Midden-Drenthe en John Matahelumual (voorzitter Molukse KNIL-graven Assen en Midden-Drenthe) over de betekenis van deze plek en het belang van erkenning door de overheid van de Molukse gemeenschap.
De minister-president sprak van een indrukwekkend bezoek: “De Holocaust en de Moluks-Nederlandse geschiedenis zijn twee verschillende verhalen, maar wel met de overeenkomst dat wij als Nederlandse staat twee groepen echt in de steek hebben gelaten. Het is van belang om beide geschiedenissen te vertellen”, aldus Jetten.